De nationale liederen

Omdat ons volk groter is dan louter de Vlamingen en Nederlanders alleen maar ook de Boere-Afrikaners er inherent deel van uitmaken heeft ons Dietse volk niet één maar drie nationale liederen. Deze worden niet enkel door Voorpost maar door alle nationalisten van de Lage Landen op speciale gelegenheden, zoals bijvoorbeeld bij het afsluiten van het Vlaams Nationaal Zangfeest, en herdenkingen, zoals bijvoorbeeld op de IJzerwake gezongen.

Alle drie staan ze symbool voor de drie gewesten waar ons volk zich thuis voelt en haar geschiedenis en cultuur verankerd zit in de bodem. Door ze steevast alle drie te zingen geven wij tevens weer dat we nimmer onze kameraden en volksgenoten zullen vergeten of in de steek laten. Of ze nu enkele meters verder wonen van ons over de kunstmatige grens heen of duizenden kilometers verder op een ander continent. Misschien één en verdeeld op de wereldkaart maar wel één en onverdeeld in het hart!

Die Stem van Suid-Afrika
(eerste strofe)
Uit die blou van onse hemel,
Uit die diepte van ons see,
Oor ons ewige gebergtes
Waar die kranse antwoord gee.
Deur ons vêr verlate vlaktes
Met die kreun van ossewa.
Ruis die stem van ons geliefde,
Van ons land Suid-Afrika.
Ons sal antwoord op jou roepstem,
Ons sal offer wat jy vra:
Ons sal lewe, ons sal sterwe,
Ons vir jou, Suid-Afrika.

De Vlaamse Leeuw
(tweede strofe)

De tijd verslindt de steden,
geen tronen blijven staan.

De legerbenden sneven:
een volk zal nooit vergaan.

De vijand trekt te velde,
omringd van doodsgevaar.

Wij lachen met zijn woede,
de Vlaamse Leeuw is daar!

Zij zullen hem niet temmen,
zolang een Vlaming leeft,

zolang de Leeuw kan klauwen,
zolang hij tanden heeft,

zolang de Leeuw kan klauwen,
zolang hij tanden heeft.

Het Wilhelmus
(zesde strofe)

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
Uw dienaar t’aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.